De vierde macht
Wat is en mag een ambtenaar? Wat betekent het om in het belang van de samenleving te werken? En hoe ga je om met gewetensbezwaren bij het uitvoeren van beleid? Bestuurders, filosofen en politieke denkers delen hun ideeën in het boek ‘De vierde macht – Reflecties op een goede overheid’.
De overheid
heeft geen gezag, kennis, reactiesnelheid of oplossend vermogen. Ze wekt geen
vertrouwen, levert geen maatwerk en heeft geen oog voor de menselijke maat. Verwachten
we te veel van de overheid? Wat maakt een overheid ‘goed’? Wat is de rol van de
ambtenarij hierin? En hoe handel je dan goed als ambtenaar?
Ambtenareneed
Een aantal schrijvers verwijzen naar de onlangs toegevoegde zin in de eed die Rijksambtenaren afleggen: “Ik werk in het algemeen belang voor onze samenleving en zet mij daar volledig voor in." Je zou zeggen dat dat verder gaat dan de wens van een politicus of ogenschijnlijke meerderheid.... De schrijvers gebruiken ook bijna allemaal teksten van de Oude Grieken, als grondleggers van de democratie. En de basis van de rol van ambtenaar die is beschreven door socioloog Max Weber in ‘Politiek als beroep’.Verzet tegen de dictatuur van de massa
Schrijver Ilja Leonard Pfeijffer vergelijkt de huidige staat van de Nederlandse democratie met een ‘ochlocratie’, de dictatuur van de massa. Politieke leiders vechten alleen voor hun eigen achterban in plaats van voor het belang van de maatschappij. De massa dicteert wat er gebeurt op basis van emotie, in plaats van een langetermijnvisie met draagvlak.Pfeijffer heeft zijn hoop deels gevestigd op ambtenaren. Zij hoeven niet herkozen te worden: zij kunnen oog houden voor het algemeen belang op de lange termijn. En bevliegingen en kortzichtige afwegingen corrigeren. Maar hebben zij de moed om zich te verzetten tegen ‘de macht van de waan van de dag’?
Investeren in een betere toekomst
Jozef Waanders, strateeg voor het ministerie van Buitenlandse Zaken, ziet dat in onze ‘autonome’ samenleving, waarin mensen geacht worden alles zelf te doen en soms ook willen doen, een gebrek is aan acceptabel (overheids)gezag. Als individuen eenzijdig hun rechten gaan opeisen, is dat een bedreiging van de democratie. Kun je als ambtenaar dan wel boven het maaiveld uitsteken zonder de betrouwbaarheid van hun eigen overheid te schaden? Hoe kun je neutraal zijn en toch het recht van individuen erkennen?Waanders ziet ruimte voor interne discussie en tegenspraak in ambtelijk vakmanschap, voor betere plannen die perspectief bieden op een echt betere toekomst en gebaseerd zijn op de best mogelijke kennis van hoe de wereld werkt.
Het goede doen
Henk den Uijl, senior
onderzoeker en docent bij de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB),
ziet ambtelijk werk het liefst ‘zonder woede en passie, maar met bezorgdheid en
liefde’. Het algemeen belang is dat wat burgers van een staat hebben besloten
door het kiezen van de volksvertegenwoordiging én dat wat de burgers aan
belangen delen. Iets wat zij eigenlijk willen, zonder dat ze het zelf hoeven te
weten. Het volk wil vrij zijn. Wetten moeten burgers beschermen tegen de staat.
Maar een goede wet leidt niet automatisch tot rechtvaardigheid. Ambtenaren zijn
verantwoordelijk voor weerwerk en tegenspraak. Dienen te weten wat het goede is
om te doen in een concrete situatie. Neutraliteit
is geen onverschilligheid.
Waarden van goed bestuur laten zien
Volgens Boudewijn Steur, directeur Kennis, Internationaal, Europa & Macro-economie bij het ministerie van BZK, zijn er vaste waarden voor bestuurders en ambtenaren:- Het algemeen belang vooropstellen
- Zorgvuldig omgaan met
gemeenschapsgeld
- Alle burgers gelijk behandelen
- De vastgestelde regels naleven
Wat Steur
betreft moeten we de waarden van goed bestuur weer letterlijk in beeld brengen,
na een breed maatschappelijk debat over wat goed bestuur is. Want staat en
samenleving delen niet langer het eigenaarschap van goed bestuur. En kennis
over wat er leeft in de samenleving is niet meer vanzelfsprekend. Het is
belangrijk dat er een eenduidig beeld is van wat mensen kunnen en mogen
verwachten van de overheid. Maar door een gebrek aan gemeenschappelijke beelden
ontstaat er ruimte voor individuele beleidsopvattingen van ambtenaren. Dat
werkt verwarrend.
Eigen tegenmacht in toom houden
Gijs van Oenen, hoofddocent Filosofie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, stelt: “Een goede overheid is een overheid die door burgers wordt begrepen.” Daarvoor is wel openbaarheid van diverse inhoud en gelijke toegang en zichtbaarheid belangrijk. Burgers zien zichzelf steeds meer als gelijke van de overheid. Dat leidt tot de ‘tegendemocratie’ van mensen die zich aansluiten bij een andere partij of hun stem verheffen voor interne verandering. En het leidt tot democratische overbelasting doordat burgers steeds hogere verwachtingen hebben van wat de overheid voor hen kan en moet doen. En daarmee steeds grotere onvrede wanneer dit niet (volledig) waar kan worden gemaakt. Dat betekent dat ambtenaren de staat moeten verdedigen tegen de politieke waan van de dag en tegen overspannen verwachtingen van democratie. Daarvoor moeten ze hun eigen tegenmacht in toom houden bij tegendemocratie van burgers.Werken vanuit de bedoeling
Annemieke Nijhof, algemeen
directeur van Deltares, vraagt zich af “Moet de overheid het goed doen of het
goede doen?” De neoliberale opvatting is dat een goede overheid alleen ingrijpt
als de gemeenschap en de markt het probleem niet kunnen oplossen. Een ambtenaar
kijkt daardoor eerst naar de de wet- en regelgeving (legitimiteit) om te zien
of die wel iets doen moet, en zo ja, wat en hoe. Die ambtenaar voelt vaak niet
de ruimte om te werken volgens de ‘bedoeling’ van het beleid. En die kijkt of
het geld wel wordt besteedt aan datgene waar het voor bedoeld is
(doelmatigheid).
Daar komt bij dat ‘de overheid’
is verdeeld in allerlei loketten die niet integraal samenwerken en daardoor
kansen op het creëren van meerwaarde mist. Nijhof kijkt liever naar
doeltreffendheid: succes en het leveren van prestaties. Met waarden als fundament,
door goed om te gaan met verschillen door te werken vanuit de bedoeling en te werken
met liefde.
Besturen zonder woede en partijdigheid
Rechtsgeleerde, filosoof en dichter Afshin Ellian claimt: “Ambtenaren kunnen niet een overheidsbesluit op hun eigen terrein bekritiseren via het publieke debat.” De ambtenaar bestuurt zonder woede en partijdigheid. Wanneer heeft de ambtenaar het recht om in verzet te komen? Er is de ambtelijke plicht om het plegen van strafbare feiten te voorkomen. Dat kan, als klokkenluider. Doelmatigheid, legaliteit en legitimiteit van beleid worden door de Kamer gecontroleerd. Daarna is er ook de rechter. Kun je als ambtenaar met het beleid niet leven, dan rest er niets dan het nemen van ontslag. En het als burger bevorderen van de beleidswijziging via het publieke debat.Maatschappelijke consensus
Econoom, journalist en televisiepresentator Marcia Luyten vat samen dat de overheid graag het goede doet en daarom kennis en kunde die ze zelf niet heeft van buiten inhuurt. Bij ambtenaren wordt procesmanagement (generalist en manager) meer gewaardeerd dan expertise. Loyale ambtenaren krijgen promotie. En politiek-bestuurlijke sensitiviteit draait vooral om het ‘uit de wind houden’ van bewindspersonen. Tegelijk vreet de individualisering van burgers de solidariteit aan, volgens de heersende tendens ‘succes is iemands verdienste, maatschappelijk falen eigen schuld'. De democratie moet zoeken naar een methode die er beter in slaagt vorm en inhoud bijeen te brengen. Misschien is het Burgerberaad nog het beste middel om weer maatschappelijke consensus te bereiken.De conclusie
van 'De vierde macht’: “Een goede overheid blijft kritisch op zichzelf en in
dialoog over wat goed overheidshandelen is.”
Leestip:

Reacties
Een reactie posten