Superdiversiteit


Superdiversiteit wordt het basiskenmerk van de 21ste eeuw. Europa krijgt een steeds grotere etnisch-culturele diversiteit. En in steeds meer grote steden, vooral hoofdsteden, havensteden en (voormalige) industriesteden, vormen mensen met een migratieachtergrond de meerderheid. Het is niet de vraag of we dit willen, maar hoe we hier mee omgaan.

Dat is de strekking van het boek ‘Superdiversiteit’ van Dirk Geldorf, doctor in de politieke en sociale wetenschappen en hoofddocent aan de Faculteit Ontwerpwetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Migratie verandert onze samenleving blijvend en ingrijpend. Hoe kunnen we meer polarisatie vermijden en ieders sociaal kapitaal benutten?

Superdiversiteit gaat verder dan ‘de multiculturele samenleving’; die vooral gaat over beleid om tolerantie en respect voor andere culturen te promoten. Mensen kwamen eerst uit een beperkt aantal landen vanwege dekolonisatie en voor (gast)arbeid in West-Europa, gevolgd door gezinshereniging. Nu zien we veel meer expats en politieke en economische vluchtelingen. Dat komt vooral door: globalisering, de uitbreiding van de EU, oorlogen en conflicten.

Diversiteit binnen de diversiteit

Superdiversiteit is naast meer diversiteit ook meer verschillen binnen de diverse etnisch-culturele groepen: diversiteit binnen de diversiteit. Geldorf onderscheid drie kenmerken:

  •         Kwantitatief: het aantal mensen met een migratieachtergrond.
  •         Kwalitatief: de landen van herkomst, verschillen in taal, leeftijd, verblijfsduur, religie, sociaal-economische positie en verblijfsstatus.
  •         Het proces van normalisering van de diversiteit: waaronder transnationalisme, de mate waarin migranten contact houden met hun familie, vrienden en kennissen elders.

Geldorf verwacht dat rond 2050 de meerderheid van de bevolking in de grote steden uit een waaier van minderheden bestaat. Dat betekent dat iedereen zich aan iedereen zal moeten aanpassen. Diversiteit wordt de nieuwe norm. Dat vormt ook een uitdaging voor overheden: het maakt doelgroepenbeleid steeds minder mogelijk en minder relevant.

Banale beleefdheid

In sommige wijken is superdiversiteit al vanzelfsprekend: het is geen issue meer, maar draait om ‘banale beleefdheid van onderhandeld verschil’. De normalisering op dit microniveau (convivialiteit) levert wel spanningen en conflicten op, maar in het dagelijks leven gaan mensen daar pragmatisch mee om. Je ziet het onder meer aan de interacties in winkels, bij school, in het openbaar vervoer, bij sport en op het werk. En aan telefoonwinkels, geldwisselkantoren, etnische winkels en religieuze panden. Mensen delen niet alleen de ruimte, maar ook de belangen.

Omgaan met verschil

Diversiteit roept ook weerstand op. Dominante groepen stellen steeds strengere eisen aan integratie; ze streven naar assimilatie en proberen de nationale cultuur op te leggen en af te dwingen. Geldorf vraagt meer aandacht voor machtsverschillen: belangrijke instituties, zoals het onderwijs, de economie en de media, veranderen (te) traag en blijven de oude mainstream reproduceren. Het gaat niet alleen om etniciteit, maar ook om gender, klasse, leeftijd, onderwijsniveau, levensstijlen, gewoonten of activiteiten. Superdiversiteit is vooral een concept dat ons bewust maakt van hoe we in de samenleving met verschil omgaan.

Taalgebruik

Migrant, vreemdeling, gastarbeider, allochtoon, vluchteling, asielzoeker… Taal kleurt ons denken. Vaak vertalen we ‘migrant’ als iemand van niet-Europese afkomst. Ze worden geframed als indringers of als slachtoffers. Zelfs hun (klein)kinderen, ook als die hier geboren zijn. Als we blijven vragen ‘waar kom je vandaan?’ blijven zij zich migranten voelen, vreemdelingen in eigen land.

Superdiversiteit betekent ook de overgang naar meertalige steden. In een superdiverse, meertalige stad moeten we meer dan ooit inzetten op het Nederlands leren als hefboom voor participatie. Meertaligheid is dan geen probleem, maar een kans. We moeten zoeken naar gedeeld burgerschap en kinderen optimaal voorbereiden op hun toekomst.

Extra treden op de sociale ladder

Veel mensen met een migratieachtergrond leven onder de armoedegrens. De werkloosheid is hoger, de onderwijsachterstand groter. Maar ook de middenklasse groeit, zowel financieel als maatschappelijk. We benutten het menselijk kapitaal van vele migranten slecht. We kunnen als samenleving wel gebruikmaken van hun capaciteiten. Zo kunnen we bij stedelijke vernieuwing rekening houden met mogelijkheden voor sociale stijging: mensen huren eerst een kamer in een (sociaal) arme buurt als instap, maar krijgen de kans om door te groeien. Dat gaat met kleine stapjes in wonen, onderwijs, werken en vrije tijd. Daarvoor zijn extra treden nodig op de sociale ladder en oog voor binding met de stad. Oftewel: wat is er nodig om je thuis te voelen?

Bonding en bridging

Wij-zij-denken is van alle tijden. Veel mensen zoeken naar houvast in de eigen gemeenschap, religie of cultuur. Stadsbewoners leven dan ook eerder naast dan met elkaar. Deel zijn van een groep versterkt het sociaal kapitaal van die groep door netwerken. Bij verbinding (bonding) neemt het netwerken binnen de eigen groep toe. Bij overbrugging (bridging) zijn er relaties tussen verschillende groepen. Geldorf pleit voor een kosmopolitische blik: de (h)erkenning van de andersheid van anderen, die zowel Nederlander als Turk als supporter van Feyenoord en Galatasaray kunnen zijn.

Transnationaliteit

Mede dankzij sociale media kunnen mensen hun sociale contacten over grenzen heen onderhouden. Denk aan buitenlandse studenten, overwinterende ouderen, expats, ook voor werk of huwelijk. Er zijn 3 soorten transnationale activiteiten:

  •         sociaal-cultureel: telefonische, digitale en fysieke contacten met familie en kijken naar eigen tv-zenders, al dan niet via satelliet.
  •         economisch: opsturen van geld en goederen.
  •         politiek: actieve betrokkenheid bij de politiek in de landen van herkomst.

Transmigratie is een actief leven over grenzen heen, afhankelijk van financiën, verblijfsdocumenten, arbeidskansen en familienetwerken. Omdat scheiden bij ons wel kan en vrouwenrechten bij ons anders geregeld zijn, zie je bij sommige groepen snellere emancipatiestappen en ook meer andere familiestructuren in de steden, zoals alleenstaanden, latrelaties en holebi-koppels. En de Westerse individualisering tegenover uitgebreide familienetwerken. De loyaliteit met de familie kan botsen met de loyaliteit die natiestaten vragen van nieuwkomers.

Legalisatie

De overheid kan illegale migranten vrijwillig of gedwongen laten terugkeren, ze legaliseren of niets doen. Dat laatste leidt tot een uitholling van de migratiewetten, een humanitair onwenselijke situatie en meer druk op de openbare orde. Legalisatie betekent meer kansen voor migranten en veel volgmigratie door gezinshereniging. De meeste illegalen zijn alleenstaand en tussen de 20 en 39 jaar oud. Dat geeft kansen op de arbeidsmarkt, huwbaarheid en vruchtbaarheid van de bevolking.

Integratie

Taal, onderwijsniveau en gezondheid zijn een belangrijke drempel of hefboom. Om marginaliseren of segregeren te voorkomen, moet je mensen laten integreren. Migranten hebben dan de mogelijkheid om zich zowel met de eigen cultuur als die van het nieuwe land te identificeren. Integratie wordt vaak gezien als voorwaarde voor sociale cohesie. Toch kan de nadruk op de noodzaak tot integratie leiden tot ongewenste effecten:

  •         Versterking van het wij/zij-denken, vooral religieus,
  •         Problematiseren/stigmatiseren van (nog) niet geïntegreerde nieuwkomers,
  •         Onze kijk door een westerse superioriteitsbril
  •         Klimaat van wantrouwen

Conclusie

Er is een spanningsveld tussen herverdeling van welvaart en erkenning van verschil. Streven we naar gelijke socio-economische behandeling, of geven we anderen het recht op maatwerk om recht te doen aan de eigen cultuur? Kiezen we voor inspannings- en resultaatsverplichtingen of de vrijheid om op een andere manier te leven? Het is allemaal nodig. Intersectionaliteit (kruispuntdenken) probeert mensen in hun uniciteit te benaderen met aandacht voor culturele en andere verschillen.

Zet in op de potentiële meerwaarde van superdiversiteit en werk valkuilen en problemen weg. De toekomst van onze steden ligt in de mobilisatie van het sociaal kapitaal van alle inwoners. Het is onze verantwoordelijkheid om er een succes van te maken.

Het boek ‘Superdiversiteit’ van Dirk Geldorf is gelezen en besproken tijdens de Boekenclub van de Unit Strategie in het kader van het thema ‘Deken over Groei’ tijdens de Week van de Strategie. Interesse? Neem contact op via unitstrategie@almere.nl.

Nieuwsgierig geworden? Op woensdag 27 september van 13.00 tot 15.00 uur komt Dirk Geldorf naar Almere om zijn nieuwe boek over de consequenties van superdiversiteit op de openbare ruimte te bespreken. Houd Alforum in de gaten!

Reacties

Populaire posts van deze blog

Uitkomsten Mystery Guest Onderzoek

Over tirannie

De reputatie van de Belastingdienst